Oudsten en diakenen
Oudsten
Oudsten moeten vredestichters zijn, gebedsstrijders, leraren, leiders door het goede voorbeeld te geven, en besluitvormers. Zij zijn de prekende en onderwijzende leraren van de kerk. Het is een functie die nagestreefd, maar niet licht opgevat moet worden – lees deze waarschuwing: “Broeders en zusters, u moet niet allemaal leraar willen zijn. U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat” (Jakobus 3:1).
De Bijbel benoemt tenminste vijf taken en verplichtingen van een oudste (ook wel ouderling genoemd):
1) De oudsten bemiddelen bij conflicten in de kerk. “(Handelingen 15:1-2, NLT). Deze verzen leren ons dat oudsten besluitvormers zijn.
2) Ze bidden voor de zieken. “(Jakobus 5:14). Een oudste die aan de Bijbelse vereisten voldoet leidt een vroom leven, en “het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet” (Jakobus 5:16). Een van de aspecten waar ons gebed aan moet voldoen is dat wij bidden dat de wil van de Heer zal geschieden, en van oudsten wordt verwacht dat zij dit doen.
3) Zij moeten in nederigheid de kerk hoeden. “(1 Petrus 5:1-4). Oudsten zijn Gods aangewezen leiders van de kerk; de kudde wordt aan hen toevertrouwd. Zij mogen niet leiden om er zelf financieel beter van te worden, maar moeten leiden vanwege hun verlangen om de kudde te dienen en te hoeden.
4) Zij moeten waken over het geestelijk leven van de kudde. “(Hebreeën 13:17). Dit vers betreft niet specifiek de “oudsten”, maar de context gaat over kerkleiders. Zij zijn verantwoordelijk voor het geestelijk leven van de kerk.
5) Ze moeten hun tijd doorbrengen met gebed en het onderricht van het Woord. (Handelingen 6:2-4). Dit geldt voor de apostelen, maar uit 1 Petrus 5:1 kunnen we opmaken dat Petrus zowel een apostel als een oudste was. Dit vers laat ons ook het verschil zien tussen de taken van een oudste en een diaken.
Samengevat: oudsten moeten vredestichters zijn, gebedsstrijders, leraren, leiders door het goede voorbeeld te geven, en besluitvormers. Zij zijn de prekende en onderwijzende leraren van de kerk. Het is een functie die nagestreefd, maar niet licht opgevat moet worden – lees deze waarschuwing: “Broeders en zusters, u moet niet allemaal leraar willen zijn. U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat” (Jakobus 3:1).
Diaken
In het Nieuwe Testament is het Griekse woord dat meestal vertaald wordt als “dienen”, diakoneo, hetgeen letterlijk “door het stof” betekent. Het verwijst naar een helper, een bediende, of iemand die diensten aan anderen verleend. Van dit woord is het Nederlandse woord diaken afgeleid. We zien het woord diaken voor het eerst gebruikt worden om te verwijzen naar helpers in de kerk in het boek Handelingen. (Handelingen 6:2).
Vandaag de dag is deze rolverdeling voor de Bijbelse kerk grotendeels hetzelfde. Voor oudsten en predikers geldt: “Verkondig de boodschap… wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist” (2 Timoteüs 4:2), en diakens moeten voor al het overige zorg dragen. Tot de verantwoordelijkheden van een diaken kunnen onder andere behoren: administratieve of organisatorische werkzaamheden, het onderhoud van het gebouw of als vrijwilliger het penningmeesterschap voor de kerk op zich nemen. Dit hangt af van de behoeften van de kerk en de gaven van de beschikbare mannen.
De verantwoordelijkheden van een diaken worden niet duidelijk opgesomd of beschreven in de Schrift, en worden geacht om alles te zijn wat niet tot de taken van een oudste of voorganger behoort. Maar de eisen waar een diaken aan moet voldoen, zijn wel duidelijk beschreven in de Schrift.:
Zij moeten van onberispelijk gedrag zijn, slechts één vrouw hebben,
goed leiding geven aan hun kinderen en huisgenoten,
zich waardig gedragen,
oprecht zijn,
sober en niet hebzuchtig zijn (1 Timoteüs 3:8-12). Volgens het Woord is het ambt van diaken een eer en een zegen.
“Degenen die hun dienst goed verrichten, verwerven aanzien en kunnen door hun geloof in Jezus Christus vrijuit spreken” (1 Timoteüs 3:13).
